ptt binnenrotte, Rotterdam

De toekomst van een gebouw kan erg onzeker zijn. Aan het begin van de 21e eeuw stond het voormalige pand van PTT Telecom in het centrum van Rotterdam op de nominatie om gesloopt te worden, terwijl het gebouw toen pas net 50 jaar oud was.

In 1951 betrok het telecombedrijf het nieuwe pand, ontworpen tijdens de Tweede Wereldoorlog door gemeentearchitect J. Koops. Het gebouw was ontworpen als een stadsblok met 2 delen; een kantoorvleugel aan de zijde van de Botersloot en een tweede vleugel, in de vorm van een apparatengebouw, aan de zijde van het spoor. Eind 1990 was de omgeving echter al sterk veranderd. Het spoorviaduct was vervangen door een tunnel, waarmee ruimte ontstond voor een nieuw marktplein. Ook enkele aangrenzende gebouwen werden gesloopt en vervangen door nieuwe.

Een soortgelijk lot wachtte het gebouw van PTT Telecom, waarvan de achterzijde aan het nieuwe marktplein was komen te liggen. Maar het gebouw overleefde op wonderbaarlijke wijze, dankzij een onhaalbaar sloop- nieuwbouwplan en door publiek protest tegen de sloop van het pand. Daarna bleef het gebouw enkele jaren leeg staan; het toekomstige gebruik ervan was onzeker. Met het verdwijnen van het spoorviaduct en de aanleg van het nieuwe marktplein werd de achterzijde prominent en daarmee uiteindelijk bepalend voor de herbestemming van het gebouw.

Door hun vrije hoogte van bijna 4,5 meter hebben de appartementen een uitzonderlijke ruimtelijkheid gekregen met een prachtig uitzicht op het grootstedelijk stadsdecor van Rotterdam

In 2016 kreeg Orange Architects, na bijna een decennium leegstand, de opdracht om een ​​studie uit te voeren voor een woonprogramma in de industriële vleugel van het gebouw, met een publiek programma in de plint. Het uiteindelijke ontwerp omvat twintig studio-appartementen die in de royaal bemeten betonconstructie zijn geschoven, met een verdiepingshoogte van bijna 4,5 meter. Een restaurant op de begane grond zorgt voor levendigheid op straat.

Om de appartementen comfortabel en leefbaar te krijgen in het voormalige industriële gebouw, zijn verschillende ingrepen gedaan. Er is een nieuwe entreehal aan de markzijde gemaakt en een lift en een volledig houten trappenhuis zijn toegevoegd. Naast de interne verbouwingen was het openen van de voormalige achtergevel aan de Binnenrotte, die op het zuiden is gericht, een belangrijk onderdeel van de transformatie.

Het bestaande metselwerk is gereinigd en in het zicht gelaten en het pand is van binnenuit geïsoleerd. Alle kozijnen zijn vernieuwd, waarbij verschillende raamopeningen vergroot zijn en voorzien van diep terugliggende Franse balkons met daarboven een panoptisch raam. Een lang balkon op de derde verdieping voegt een driedimensionale twist toe aan het voorheen rigide raampatroon. De appartementen in het schuine dak liggen hebben elk een loggia gekregen.

De keramische dakpannen op het zuidgerichte dakvlak aan het marktplein zijn vervangen door glazen zonneleien in een neutrale, donkere kleur. Hierdoor zijn ze praktisch onzichtbaar, waardoor de hoogwaardige esthetische uitstraling van het dak behouden is gebleven. Het energieconcept is op maat gemaakt voor dit gebouw. Restwarmte van de telecomapparatuur in de kelder wordt gebruikt om het tapwater en de vloeren in de appartementen en het restaurant voor te verwarmen. Water wordt ook verwarmd met zonneboilers op het platte dak aan de achterzijde van het gebouw. Het gebouw wordt verder verwarmd en gekoeld met elektrische warmtepompen.

Zorgvuldig ontworpen toevoegingen van zwartbruin metaal zijn ingezet om de nieuwe entrees te markeren en de nieuwe geveluitsnijdingen in te lijsten. De bestaande openingen op de begane grond zijn uitgezaagd tot op het maaiveld, om het restaurant fysiek te verbinden met het aangrenzende terras op het marktplein. Het weggezaagde natuursteen van de borsthoge plint is daarbij gebruikt om de negge-kanten van de sparingen opnieuw af te werken, waardoor de openingen er uit zien alsof ze er altijd hebben gezeten. De nieuwe zwartbruine gevelelementen sluiten goed aan bij de bestaande roodbruine bakstenen gevels. Ze benadrukken de nieuwe betekenis van het gebouw in de stad en  maken het tweede leven van het gebouw, in een nieuwe architecturale laag, manifest.

Nu de transformatie is voltooid en het gebouw ongeveer 1,5 jaar bewoond is, is het geweldig om te zien hoe deze ooit dode plek in het hart van Rotterdam weer tot leven is gekomen. Het publieke programma verlevendigt de plint, mensen zitten op de aangrenzende terrassen en appartementen en buitenruimtes worden intensief gebruikt. De transformatie van het gebouw heeft de omgeving radicaal veranderd; van een donkere, verwaarloosde en geïsoleerde hoek van het marktplein tot een levendige plek in de binnenstad. Hiermee onderstreept het project de ‘nieuwe’ Rotterdamse houding ten opzichte van het transformeren en onderhouden van bestaande gebouwen en ‘jong’ erfgoed. Een houding die het afgelopen decennium is geëvolueerd van het slopen en vervangen van gebouwen naar het transformeren en hergebruiken ervan.

Projectdetails
  • Locatie
  • Rotterdam, The Netherlands
  • Opdrachtgever
  • Privé
  • Ontwerp
  • 2017
  • Realisatie
  • 2019
  • Oppervlak
  • 3.585 m2
  • Programma
  • Mixed-use
  • Opdracht
  • Directe opdracht
  • Team
  • Jeroen Schipper, Tess Landsman, Bas Kegge, Dirk Hovens, Lars Fraij, Paul Kierkels, Mario Acosta
  • Adviseurs
  • Nick Nieuwenhuizen, Ingenieursbureau IOB, De Mik Adviesbureau, LBP | SIGHT, S&W Consultancy, BOAG
  • Aannemer
  • BIK Bouw
  • Zonnepanelendak
  • Exasun, Wattco
  • Fotografie
  • Ossip van Duivenbode, Frank Hanswijk
Awards
  • Rotterdam Architectuurprijs 2019 | Nominatie
  • Brick Award 22 - residential | Nominatie
Publicaties
Archello
Arketipo
Baunetz
De Architect
Designboom
Deutsche Bauzeitung
e-architect
Glocal design magazine
Gooood
Inhabitat
Rotterdam Architectuurprijs
Rotterdam Architectuurprijs 2010 - 2019 | editie 2019

Rotterdam Architectuurprijs 2010 - 2019 | editie 2019, pp. 51, 70-71

The Building
Vastgoedjournaal